Assurantiekantoor HarkemaKlik om onze app te openenOpenen

 

 

Ouderdomspensioen

Nabestaandenpensioen

Zelf rekenen? Afspraak maken? Direct bellen?

Opbouw pensioenstelsel - Ouderdomspensioen

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit 3 pijlers: AOW, aanvullende pensioenopbouw via de werkgever en aanvullende, individuele  pensioenverzekeringen. 

Toezicht en regelgeving in pensioenwet

De regels voor pensioenen staan in de Pensioenwet. Deze wet regelt de taken en verantwoordelijkheden van pensioenfondsen, werkgevers en werknemers. De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voeren het toezicht uit.

Algemene Ouderdomswet (AOW)

De AOW vormt de 1e pijler van het pensioenstelsel. Het is het basisinkomen om te kunnen rondkomen. Iedereen die in Nederland woont of werkt, bouwt automatisch AOW op.

De hoogte van de AOW wordt jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van het minimumloon.

Pensioenopbouw via de werkgever

De 2e pijler is pensioenopbouw via de werkgever. Zo’n 90% van de werkgevers heeft een aanvullende pensioenregeling. Hierdoor krijgen gepensioneerde werknemers een aanvullende uitkering bovenop de AOW-uitkering.

Meestal betalen werkgevers ongeveer 2/3 van de totale pensioenpremies en werknemers 1/3 deel. Pensioenfondsen beleggen de premies om later aanvullend pensioen uit te kunnen betalen.

Individuele aanvullende pensioenvoorzieningen

Individuele verzekeringen vormen de 3e pijler. Bijvoorbeeld lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen. Daarmee spaart u fiscaal aantrekkelijk voor extra pensioen.

Bijvoorbeeld om een pensioengat aan te vullen of eerder met pensioen te gaan. Ook zelfstandigen kunnen kiezen voor een individuele pensioenvoorziening.

Opbouw pensioenstelsel - nabestaanden

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit 3 pijlers: ANW, aanvullende nabestaandenpensioen via de werkgever en aanvullende, individuele  nbabestaandenvoorzieningen. 

Toezicht en regelgeving in pensioenwet

De regels voor pensioenen staan in de Pensioenwet. Deze wet regelt de taken en verantwoordelijkheden van pensioenfondsen, werkgevers en werknemers. De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voeren het toezicht uit.

Algemene Nabestaanden wet (ANW)

De ANW vormt de 1e pijler van het pensioenstelsel. U krijgt een Anw-uitkering als u op de dag van het overlijden van uw partner:

  • voor een eigen kind, pleeg- of stiefkind zorgt. Het kind is jonger dan 18 jaar en woont bij u, of
  • minimaal 45% arbeidsongeschikt bent en 
  • nog niet de AOW-leeftijd heeft

Daarnaast moet uw partner op de dag van overlijden verzekerd zijn geweest voor een nabestaandenuitkering.

Sommige inkomsten worden van uw Anw-uitkering afgetrokken. Daarom kijken we of u inkomsten heeft. Ook kijken we of u alleen woont of samen.

Nabestaandenpensioen via de werkgever van uw partner

De 2e pijler is het nabestaandenpensioen via de werkgever van uw partner. Zo’n 90% van de werkgevers heeft een aanvullende pensioenregeling. 

Werkte uw partner in loondienst?  Dan heeft u als nabestaande meestal recht op een aanvullend nabestaandenpensioen van de zaak. Dit komt bovenop de nabestaandenuitkering van de ANW.

Let op: het is niet altijd zeker of uw partner via de werkgever het nabestaandenpensioen (goed) heeft geregeld.

 

Individuele aanvullende nabestaandenpensioenvoorzieningen

Individuele verzekeringen vormen de 3e pijler. Als u goed voor uw nabestaanden wilt zorgen of als uw partner niet in aanmerking komt voor een (volle) ANW-uitkering, kunt u op verschillende manieren voor een aanvulling zorgen.

Risicoverzekeringen

Naast interen op het vermogen (als dat al aanwezig is) kan een risicoverzekering een uitkomst bieden. Er zijn vele vormen zoals een nabestaandenlijfrente, een ANW-gatverzekering of een kapitaalverzekering.

Nabestaandenlijfrente

Deze lijfrente is bedoeld voor de verzorging van nabestaanden. De ingangsdatum kan opgeschoven worden naar het tijdstip waarop het jongste kind 18 wordt (en het recht op een Anw-uitkering dus vervalt). Als de lijfrente wordt uitgekeerd aan uw kinderen, moet de uitkering eindigen bij hun overlijden of anders uiterlijk op hun 30e verjaardag.